SAC – Beringen

Beringen wil er zijn voor haar inwoners. Ze wil een stad zijn waar mensen wonen, werken en leven. Binnen deze visie is Beringen meer dan de som van alle inwoners. Mensen ontmoeten elkaar in de publieke ruimte want daar creëer je een gezellige, bevattelijke, creatieve, sociale en warme stad. Stedenbouwkundig zien we de publieke ruimte als bindend element voor alle Beringenaren.

Beringen is een stad in verandering met enorme groeipotenties binnen haar afgebakende stedelijke contouren. De verschillende ontwikkelingen van een aantal strategische projecten hebben als doel een aantrekkelijk stadscentrum te creëren. Naast een rijk verleden heeft Beringen dan ook een sterke toekomst. Een toekomst die vraagt naar een verschuiving van functies zodat er gebouwen, terreinen en gebieden beschikbaar zijn voor andere stedelijke functies.

De heroriëntatie van de scholencampus op het Bogaersveld zorgt ervoor dat de huidige scholenlocatie, het St. Jozefcollege, vrijkomt voor herbestemming. Op deze manier wordt het beleid van kernversterking ondersteund door middel van het concentreren van de stedelijke handels- en dienstenvoorzieningen. Door deze locatie met het nieuwe stadhuis tevens in te zetten als klanten- en dienstverleningsconcept speelt Beringen een trekkende rol in een geïntegreerde, complementaire en elkaar versterkende ontwikkeling van het centrum.

Inplanting
Met de grootste aandacht voor de monumentale waarde van het Sint-Jozefscollege wordt het nieuwe stadhuis op deze strategische plaats in het stadscentrum ingeplant. Het ontwerpen en oprichten van het stadhuis Beringen is geen geïsoleerd gebeuren. Het stadhuis moet zich aanpassen in en een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de bestaande publieke ruimte, de omgeving en de projectsite. De impact van de nieuwbouw op het bestaande stadsbeeld wordt op een meer gedetailleerd niveau onderzocht. Er wordt veel belang aan de integratie in het stadsweefsel gehecht. We onderzochten daarom ook verscheidene pistes waarvan alle voor- en nadelen grondig werden geanalyseerd. Uit deze uitgebreide voorstudie is het uiteindelijke concept voor het Administratief Centrum voortgekomen.

De bestaande gevel van het Oud College aan de Collegestraat is een zeer kenmerkend beeld voor het centrum van Beringen. De huidige omliggende bebouwing heeft vooral naar schaal toe respect voor deze monumentale gevel. Om respectvol om te gaan met deze schaal is bewust gekozen om de bouwhoogte van het achterliggende volume te beperken tot een minimum. Waar het nieuwe volume wel boven de oude gevel uitkomt, valt deze nagenoeg niet op door het gebruik van hoog reflecterend glas: de omliggende omgeving wordt erin gereflecteerd waardoor het nieuwe niet prominent op de voorgrond aanwezig is. Anderzijds zorgt deze subtiele aanwezigheid van de nieuwe gevel er wel voor dat het Stedelijk Administratief Centrum als een statement respectvol in zijn omgeving ingebed is.

Ontwerp & organisatie
Het Stedelijk Administratief Centrum zal twee groepen gebruikers bedienen: De burger die als dagelijkse bezoeker het SAC zal ontdekken enerzijds, de medewerker die in het gebouw zijn werkplek zal krijgen anderzijds.
Beide groepen zullen het SAC op een andere manier ervaren. Het volume is dan ook vanuit dit tweeledige gebruik vormgegeven, georganiseerd en ontworpen. Hierbij is het belangrijk om het gebouw te ontwerpen vanuit een logische indeling, geleiding, leesbaarheid, functionele organisatie, openheid en intimiteit.

Binnen het concept wordt deze tweeledigheid reeds zichtbaar binnen de interactie tussen oud en nieuw: het behoud van de voorgevel van het College en de zijbeuk met kapelzone waarachter het nieuwbouwvolume ingeschoven wordt. Door oud en nieuw van elkaar los te trekken wordt er licht en lucht tussen beiden binnengebracht. Het ontworpen binnengebied vloeit als het ware over in het SAC.

Langs de Collegestraat wordt ‘het nieuwe’ naar de achtergrond gedreven om geen inbreuk te doen op de reeds aanwezige stadsstructuur. Op de hoek van het gebouw, grenzend aan de kerk, wordt de inkom van het SAC ingeplant. Er wordt als het ware letterlijk een hoek uit het gebouw gesneden waardoor de toegang tot het stedelijk administratief centrum meteen de aandacht trekt. Vanuit deze inkomzone kunnen zowel de nieuwbouw als de behouden kapelvleugel bereikt worden; de inkomzone fungeert als het scharnierpunt van het gebouw, tussen oud en nieuw.

De optimale verhouding van een kantoorgebouw wordt gehanteerd om zo een gebouw van vijf niveaus (-01, +00, +01, +02, +03) te creëren. Het nieuwe stadhuis is op deze manier één compact gebouw en bevordert zo de interactie tussen de diverse diensten. De verhoudingen die leiden tot een compact gebouw zijn het resultaat van een onderzoek naar functionaliteit en interactie binnen de verschillende diensten. Bijkomend is het hierbij van belang om rekening te houden met de nodige flexibiliteit om groei, krimp of herindeling zo eenvoudig mogelijk te maken.

In het nieuwbouwvolume bevinden zich de front-, mid- en backoffice van het stedelijk administratief centrum. Het gelijkvloers staat volledig in het teken van dienstverlening en klantencontact: onthaal, snelbalies, spreekruimtes OCMW en een externe vergadercluster worden hier op een zo open mogelijke manier ingeplant. Deze laag worden grotendeels ingezet om een open en toegankelijk huis te creëren dat een aangename werkomgeving voor de medewerkers en een warme en veilige plek voor al zijn bezoekers wordt. Er worden dan ook twee ingangen voorzien: de hoofdinkom langs de Collegestraat én een tweede inkom in de oksel van het gebouw langs het binnengebied.

De bovenliggende niveaus staan in het teken van de backofficezone van het stedelijk administratief centrum. Deze lagen zijn slechts beperkt publiek toegankelijk en worden door een centrale kern voor de werknemers ontsloten. Deze centrale kern ligt in de middenbeuk van het gebouw, waar ook de rest van de facilities voor het gebouw zich bevinden:sanitair, bergingen, … Rond de middenbeuk worden de verschillende diensten per niveau geclusterd en ondergebracht. Intern beschikken ze over landschapskantoren, individiuele kantoren, flexplekken en vergaderruimtes welke door het flexibele gebouw en de moduleerbaarheid hiervan aanpasbaar zijn in de tijd.

Ter hoogte van de overgang tussen het bestaande volume en het nieuwbouwvolume wordt op elke bovenliggende laag een klantenzone voorzien met themabalies. Deze worden ontsloten via de publieke kern welke zich in de hoofdinkom bevindt. Deze publieke kern vormt tevens het scharnierpunt van het gebouw: ze ontsluit zowel de bestaande niveaus als de niveaus van het nieuwbouwgedeelte.
De bestaande vleugel van het oude College wordt hoofdzakelijk ontsloten via de nieuwe publiekskern in de inkomzone. Bijkomend blijft de bestaande trappenhal op de kop van de vleugel behouden en wordt deze gerestaureerd. Deze trappenhal zal voornamelijk dienst doen als bijkomende evacuatieweg maar ook als uitgangszone voor het ceremoniegedeelte op niveau +2.

In de oude toneelzaal van het College op niveau +1 worden een grote sanitaire blok, het vormingscentrum van het OCMW en de personeelsrefter voorzien. Aangezien deze ruimte dubbelhoog is zal er gewerkt worden met het “box in a box” principe waarbij in het midden van deze ruimte gesloten volumes gezet worden zodat de dubbelhoge ramen in de gevels zoveel mogelijk gevrijwaard blijven.

De trouw- en raadzaal worden voorzien in de oude kapel van het College op niveau +2. Deze kapel heeft een authentiek booggewelf plafond in hout en straalt aldus een sacrale sfeer uit. Trouwgelegenheden zullen als volgt plaatsvinden: families zullen toekomen via de publieke kern, zijde Collegestraat, grenzend aan deze kern zal een wachtzone voorzien worden. De trouw zelf zal plaatsvinden in de kapelzone, en na afloop zullen de mensen via de bestaande trappenhal op de kop van de vleugel naar het binnengebied geleid worden. Op deze manier is er steeds een doorstroom van publiek en kunnen twee trouwgelegenheden elkaar niet kruisen.

Op niveau +3 wordt een terras voorzien aan de Collegestraat dat zich als een uitkijkpunt naar de Markt richt. Op deze manier wordt nogmaals het statement gemaakt dat het stedelijk administratief centrum met respect omgaat met zijn omgeving.

Materiaalkeuze
De te behouden gevel in de Collegestraat en de gevels van de te behouden kapelvleugel worden d.m.v. een gevelreiniging en heropvoeging waar nodig opnieuw in ere hersteld.

Het nieuwbouwvolume differentieert zich door haar vormentaal en materiaalgebruik van het monumentale college zonder ermee in conflict te gaan. De gevel van het nieuwbouwvolume komt voort vanuit het interieurontwerp van het gebouw: het gebouw is volledig ontworpen op een raster van 160x160cm; een basismaat voor het ontwerpen van kantoorgebouwen. Dit raster is steevast doorgezet in het ontwerp van de buitenschil. Rondom het compacte nieuwbouwvolume wordt een glazen huid geplaatst welke de omgeving rondom het stedelijk administratief centrum weerspiegelt én zorgt voor een hoge graad van transparantie. Het type beglazing is zo gekozen zodat het verschil tussen transparante en niet-transparante geveldelen nagenoeg hetzelfde is. Overdag komt het gebouw over als een uniform geheel; naarmate de avond valt zal de gelaagdheid van het gebouw steeds meer zichtbaar worden door de interne verlichting van de gebouwen. Het gebouw krijgt aldus een steeds veranderend uiterlijk doorheen de dag.

De architecturale gevel wordt zo ontworpen opdat de zonnetoetreding beperkt blijft zonder een gesloten karakter te benaderen. De verhouding van open en gesloten geveldelen is op deze manier in evenwicht om eventuele oververhitting in het gebouw tegen te gaan. Er ontstaat telkens een laag van open geveldelen – bandramen – gevolgd door gesloten geveldelen – waarachter de technische opbouw (klimaatplafond, vloeropbouw, voorzetwand elektrische leidingen) zit. De bandramen – fenetres en longueurs – zorgen voor een panoramisch uitzicht naar de omgeving toe en zorgen voor een gelijkmatige natuurlijke verlichting in de kantoren. Eventuele oververhitting wordt tegengegaan door een combinatie met een vaste zonnewering aan de buitenzijde van de gevel. Deze vaste zonnewering varieert in breedte overheen de 4 gevels van het gebouw: de breedte is bepaald door de geveloriëntatie en stand van de zon. Op deze manier ontstaat er een subtiele differentiatie in de gevels van het uniforme gebouw. De horizontale zonnewering, gematerialiseerd als een dunne niet-transparante luifel, wordt ondersteund door verticale vinnen – uitgezet op het raster van 160cm. Het inbrengen van deze verticale vinnen zorgt ervoor dat het gebouw een zekere verticaliteit krijgt en er eveneens niet als een typisch, alledaags (horizontaal) kantoorgebouw uitziet.